De recensie
Zelenka: catchy capriccio
Wil je weleens wat anders spelen dan de bekende werken? Wil je jezelf en je publiek verrassen met een bijzonder barokstuk? Programmeer dan Zelenka’s Capriccio I in D. Leuk stuk, niet al te moeilijk.
Jan Dismas Zelenka (1679-1745) was een Boheemse componist. Hij studeerde bij Fux en assisteerde Heinichen, en werkte later samen met J.S. Bach. Zelenka’s muziek werd echter niet zo bekend, tot de revival van een paar jaar geleden. Hij staat nu volop in de schijnwerpers. Terecht, want hij schreef mooie muziek. Bijkomend voordeel: geschikt voor amateurensembles!
Zelenka heeft veel nagelaten, waaronder capriccio’s (Italiaans voor: bokkig, springerig, grillig). Een capriccio heeft een vrije vorm en een levendig karakter. Vaak komen er syncopen en triolen in voor. De melodie bevat veel grote en grillige sprongen en het stuk is ritmisch zeer afwisselend.
Dit geldt ook voor Capriccio I in D. Het werk, ZWV 182, duurt ongeveer een kwartier. Zelenka schreef het voor:
· |
2 hoorns (natuurhoorns in D) |
Het werk bestaat uit:
(Een opname van het werk is gratis te beluisteren via Spotify, waarop de tijden van de delen zijn gebaseerd; geluidsfragmenten* zijn te beluisteren op de FASO-website).
ANDANTE-ALLEGRO
Het Allegro is fugatisch van opzet en het Andante anticipeert daarop. Het Andante begint met een lopende bas in achtsten. De hoorns volgen met zestienden. De tweede hobo en tweede viool spelen lange lijnen, de eerste hobo en viool weven hun lange lijnen er later doorheen. Inderdaad ritmisch zeer divers materiaal. En dan hebben we de vele syncopen nog niet eens genoemd. Het is geen fuga, maar wel een deel met veel imitatie.
Dan het Allegro. Een onvervalste vierstemmige fuga met alles erop en eraan: een dux (hoofdthema), een comes (tegenpartij) en een kopstretto aan het einde (alleen de kop van het thema, de inzetten volgen elkaar snel op). Het is een vrolijk stuk met veel snelle loopjes, sprongen en syncopen.
Het Allegro bevat één van de moeilijkste gedeelten van het capriccio: de eerste hoorn speelt in rap tempo hoge zestiende noten. Hier moet je misschien wel een conservatoriumstudent of een beroepshoornist voor inhuren, omdat de ligging extreem hoog is. Voor de hoornisten onder de lezers: in dit eerste deel komt een passage voor die klimt naar de hoge E boven de balk (als de partij in F genoteerd is; in D genoteerd een hoge G).
Het Allegro eindigt met de kop van het thema, unisono, dat uitmondt in een slotakkoord. De hoorns blikken nog even terug op het begin van het Andante met vier zestiendesignaaltonen.
PAYSAN De Paysan is een zeer kort en redelijk vlot deel van 25 maten met een opgewekt begin. Een contrast vormt het tweede ingetogener gedeelte. De hoorns spelen niet mee. De hobo’s spelen collaparte met de violen en hebben dus geen eigen partijen.
ARIA Het kenmerk van de ¾-maat in de aria bestaat uit de doorgaande bewegingen in enerzijds gepuncteerde achtsten en zestienden, en anderzijds zestiendenloopjes. Deze bewegingen komen in alle partijen terug. Het is een contemplatief en langzaam deeltje met alweer een vreselijk lastig, hoog stuk voor de hoorn (een liggende hoge E!).
BOURRÉE
De Bourrée is een snel, vrolijk deel van 32 maten met fugatische elementen. De hoorns spelen niet mee, de hobopartijen dubbelen weer volledig die van de violen.
MINUETTO I-II-I
Nu de eerste hoorn is uitgerust, kan hij bij Minuetto I weer flink aan de bak. Een hoge partij met trillers, die ‘bloot’ ligt tegen de gezamenlijke partij van de hobo’s en de violen. Gevaarlijk dus. Hoorn twee speelt aan het einde nog even een drieklank in signaalritme.
Minuetto II is een dialoog tussen de hobo’s en de violen. Soms dubbelen de blazers de strijkers, soms schitteren ze even alleen.
Daarna volgt weer Minuetto I, om toch tutti te eindigen met een vrolijk stuk muziek.
CONCLUSIE
Deze compositie is goed te doen voor amateurensembles, mits er een goede hoornist is. Overwogen kan worden om de eerste hoornpartij door een trompettist te laten spelen.
Je kunt je barokrepertoire met deze compositie op een leuke manier uitbreiden. Het is een mooi en vaak blij muziekstuk dat niet al te moeilijk is. Je moet weten hoe je barokstukken uitvoert, maar als je orkest stijlgevoel heeft en ervaring met de authentieke uitvoeringspraktijk, is het prima speelbaar. Je kunt eventueel ook nog de snelle tempi wat matigen zonder in te boeten aan speelsheid. Het is echt een catchy capriccio dat het verdient om vaker op de lessenaar te staan.
Recensent: Hieke van Hoogdalem.
Hieke van Hoogdalem schrijft als freelance journaliste regelmatig recensies, bijvoorbeeld voor Klassieke Zaken.
___
* klik daarvoor op het CD-icoontje op de betreffende webpagina. |