De recensie
Il Pirata van Bellini
De opera ‘Il Pirata’ (De piraat) van Vincenzo Bellini beleefde z’n première in 1827 in de Scala van Milaan. Het was het 3e werk dat Bellini (1801-1827) voor muziektheater schreef. De opera is gebaseerd op het toneelstuk ‘Bertram, The Castle of St. Aldobrando’ van de Ierse schrijver R.C. Maturin. De operaversie werd een regelrechte hit en werd ook in het buitenland al snel opgevoerd.
Libretto
De titel duidt op de bijnaam van Gualtiero, een graaf die sinds zijn ballingschap als piraat geleefd heeft. Zijn geliefde Imogene is getrouwd met zijn rivaal, hertog Ernesto. Ze is met Ernesto getrouwd om haar vader te redden die door Ernesto bedreigd werd.
Het schip van piraat en graaf Gualtiero lijdt schipbreuk en spoelt aan. Imogene, die vanwege een droom of visioen dacht dat Gualtiero dood was, is dolgelukkig. Ze worden herenigd buiten het kasteel. Gualtiero is jaloers op Ernesto; hij vraagt Imogene hem te ontmoeten in het buitenland. Ze smeekt hem haar te verlaten en valt flauw.
Wanneer Imogene ligt te rusten, voelt Ernesto dat ze van streek is. Hij beweert dat ze nog van Gualtiero houdt. Imogene antwoordt Ernesto dat ze haar liefde voor Gualtiero nooit heeft verborgen tijdens haar huwelijk met Ernesto. Ze weet ook dat ze nog van hem houdt, ook al is hij overduidelijk dood, zoals haar visioen haar ‘vertelde’.
Ernesto komt erachter dat Gualtiero springlevend is en zojuist in de stad is aangekomen. Hij beveelt zijn arrestatie. Imogene gaat naar Gualtiero om hem te smeken weg te gaan voor zijn eigen veiligheid, maar Ernesto treft de geliefden samen aan. De twee mannen vechten het letterlijk uit in een zwaar duel. Ernesto komt hierbij om, Gualtiero geeft zich over aan Ernesto’s troepen. Imogene verschijnt ten tonele, huilend en labiel. De raad veroordeeld Gualtiero en veroordeelt hem tot de doodstraf. Imogene ziet de galg, wordt gek en sterft.
Bezetting
Het werk dat de FASO heeft, is de ouverture van deze opera: een soort samenvatting (het muzikale materiaal) uit de opera. De bezetting is:
· |
Strijkers - de bas heeft vaak een andere partij dan de celli |
Er staat een ‘serpentone’ voorgeschreven. In de jaren ’20 van de 19e eeuw was dat niet zozeer een serpent als we uit de oude muziek kennen, als wel een verzamelnaam voor verschillende basinstrumenten in de kopersectie.
De ouverture bestaat uit:
· |
Andante maestoso – Animato |
· |
Allegro agitato – Lento - Allegro agitato |
Tegenstellingen
In de ouverture van deze opera zijn tegenstellingen troef. De dynamiek is voornamelijk fortissimo versus pianissimo. Blazers en strijkers zet Bellini soms tegenover elkaar, dan weer trekken ze samen op. En ook is er nog een verschil tussen de staccato akkoorden in de tuttipassages en de lyrischer melodieën tussendoor.
En die melodieën zijn precies de reden dat ‘Il Pirata’ zo’n hit is geworden, denk ik. Alleen al in de ouverture van nog geen 8 minuten (te beluisteren op YouTube) zitten zulke pakkende thema’s, dat je ze nog tijdens het stuk kan meefluiten. Dat is mede te danken aan het feit dat Bellini zijn thema’s vaak herhaalt en na een tijdje weer terughaalt.
Is het werk dan niet saai met al die herhalingen? Nee, helemaal niet, het is een pakkend stuk. Het werd niet voor niets een hit. De ouverture is niet moeilijk om te spelen, maar wel erg leuk. De enige moeilijkheid kan zijn dat de strijkers soms erg snelle loopjes hebben en – lastiger nog – veel maten achtereen tremolo’s moeten spelen.
Typisch 19e-eeuws
‘Il Pirata’ is een typisch 19e-eeuws werk met volle kopersecties en pompeuze dynamiek met veel crescendi en fortissimi. Maar het kent ook dansante thema’s en lyrische passages.
Stoer begin Het Allegro con fuoco is een stoer stuk. Ik hoor zo de piraat (lees: graaf) aanspoelen die later in de opera zijn kracht zal bewijzen in het duel.
Tedere ontmoeting Het Andante maestoso is juist heel teder. De hoorns en piccolo hebben daar met de violen prachtige melodielijnen waarin je zowat de twee verliefde mensen hoort die elkaar zo lang hebben moeten missen. En op de achtergrond ruist de zee: de strijkers. De bas heeft iedere tel een pizzicatonoot, de rest op de tweede helft van de tel een gestreken akkoord van korte duur; net een golfbeweging.
Maar dan komt 3 maten voor het Animato de dreiging naderbij: korte akkoorden in de blazerspartijen, tremolo’s bij de strijkers en een chromatisch dalend loopje bij de 1e violen. De geliefden, ditmaal verklankt door de celli met een tegenlijn in de hoorns op een bedje van de andere strijkers, laten zich niet afleiden. Maar al gauw komt toch weer de ‘stevige taal’ terug: gepuncteerde ritmen kondigen aan dat het toch niet al te best zal eindigen, al klinken de akkoorden ditmaal vriendelijker (consonanter).
Haast
In het Allegro agitato klinken weer eerst twee fortissimoakkoorden. De piccolo zet met de violen een lief melodietje in, maar door het tempo klinkt het eerder gehaast dan lieflijk. Is dit Imogenes onrust? Of spoedt Ernesto zich hier al richting stad om het duel aan te gaan met zijn rivaal de piraat? Waarschijnlijk het laatste, want al gauw worden de rustige noten zestienden, neemt het geluidsniveau toe en horen we hoe het gevecht een hoogtepunt bereikt. De tremolo’s met chromatische omspelingen in de violen duiden ook niet bepaald op een rustig thee-uurtje. Hier is een held gevallen.
Even later klinkt een heel blij melodietje in de fluit. Gualtiero die zegeviert, stel ik me zo voor. Doet hij daar nou een rondedansje?
Mooi slotakkoord. Eind goed, al goed. Of toch niet?
Het stuk gaat nog verder met 3 maten Lento waarin de strijkers even de dramaqueen uithangen. Dan volgt weer het Allegro agitato met kort het thema en daarna de bekende lyrische melodie uit eerdere maten. De serpent heeft even een sololijn. De onrust neemt weer de overhand en het stuk eindigt stormachtig.
De verhaallijn is allesbehalve gezellig, maar volgens mij wordt ieder orkest heel blij van het spelen van ‘Il Pirata’. En het leuke is: het is niet moeilijk, dus de kans op een vrij aardig resultaat is als snel aanwezig. Kortom: lenen die partijen!
Recensie van Hieke van Hoogdalem. |